Toezicht op de Wmo 2015 – Bestuurskundig onderzoek naar de organisatie, werkwijzen en uitdagingen

12 oktober 2019

In 2015 zijn alle Nederlandse gemeenten integraal verantwoordelijk gesteld voor de maatschappelijke ondersteuning. Ook dus voor het toezicht op de uitvoering en de naleving van de wet: een nieuwe, uitdagende taak. Onze collega Maarten Bouwmeester heeft een verkennend bestuurskundig onderzoek verricht naar de wijze waarop gemeenten vier jaar na dato invulling hebben geven aan deze nieuwe taak.

Het onderzoek geeft allereerst een weergave van een aantal algemene theoretische inzichten op het gebied van toezichthouderschap, gevolgd door een juridisch kader van het Wmo-toezicht met een opsomming van de relevante beleidsontwikkelingen. Aan de hand van casestudies is vervolgens het toezicht op calamiteiten, kwaliteit en rechtmatigheid in een viertal gemeenten, te weten Groningen, Ede, Almere en Oss, onder de loep genomen.

Met een combinatie van bestudering van lokale regelgeving en beleidsdocumenten en interviews met Wmo-toezichthouders en beleidsadviseurs is het toezichtbeleid van de vier gemeenten beschreven en vergeleken. De Wmo-toezichtpraktijken zijn in beschouwing genomen op basis van de volgende vijf aandachtsgebieden:

  • De positionering van de toezichthouders
  • Het schaalniveau waarop het toezicht is georganiseerd
  • Het type toezicht dat dominant aanwezig is
  • De attitude van de toezichthouders
  • Het schaalniveau waarop het toezicht is georganiseerd

Uit de resultaten van het onderzoek is allereerst gebleken dat het Wmo-toezicht onder gemeenten behoorlijk uiteenloopt: gemeenten richten het toezicht in naar hun lokale omstandigheden en toezichthouders hebben hun eigen drijfveren en ambities. Ten tweede is opgevallen dat gemeenten de verschillende toezicht-werkzaamheden vaak spreiden, waarbij taken worden uitbesteed aan GGD’en of externe bureaus.

Grote overeenkomsten bestaan in het ideaalbeeld van het Wmo-toezicht: uit elke bestudeerde casus blijkt dat men toewerkt naar proactieve en preventieve vormen van toezicht, waarbij met name gesteund wordt op de verschillende handreikingen van de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Er zijn grote verschillen in de mate waarin deze idealen in de toezichtpraktijken zijn gerealiseerd door de onderzochte gemeenten.

Wilt u meer weten?

Wilt u meer weten over dit onderzoek of bijvoorbeeld het cliëntervaringsonderzoekonderzoek Wmo? Neem gerust contact op met onze collega’s Dennis Kremer en Martin Bloem. U kunt ons ook bereiken via ons contactformulier of u kunt ons bellen op 050 82 00 461.