Onderzoek ZorgfocuZ – Rechtszekerheid Nijmeegse Wmo-cliënten in geding

23 december 2019

Recentelijk heeft onderzoeksbureau ZorgfocuZ voor de Rekenkamer Nijmegen een onderzoek uitgevoerd naar de ‘Toegang tot Wmo-voorzieningen’. De resultaten zijn inmiddels gepresenteerd. Het Binnenlands Bestuur heeft hier op 20 december over gepubliceerd. Zie hier het artikel:

De rechtszekerheid van Wmo-cliënten in Nijmegen is onvoldoende gewaarborgd. Er is daarmee geen zekerheid dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Dat concludeert de Rekenkamer Nijmegen in zijn recent verschenen rapport ‘Toegang tot de Wmo-voorzieningen’.

Bijsturing

De Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar de toegang tot Wmo-voorzieningen, vanuit cliëntperspectief. Daarbij gaat om zaken als vindbaarheid en laagdrempeligheid van geboden hulp en ondersteuning, duidelijkheid van informatie, wachttijden, bejegening en rechtszekerheid. Aan onder meer die rechtszekerheid schort het, concludeert de Rekenkamer. Dat komt onder andere omdat, zeker in de eerste jaren na de decentralisaties, de aandacht vooral werd gericht op de zorgcontinuïteit. Daarna werden alle inzet gericht op het terugdringen van wachtlijsten en beheersing van de kosten en het zicht daarop. ‘Dat is echter vijf jaar na de start van de decentralisaties nog steeds zo’, constateert de Nijmeegse Rekenkamer. ‘Het cliëntperspectief had al eerder een plek in de bijsturing moeten krijgen.’

Cliëntondersteuner

De rechtszekerheid is ook in het geding omdat cliënten niet goed worden geïnformeerd over hun rechten en plichten, stelt de Rekenkamer. Informatie daarover is moeilijk te vinden en een folder over rechten en plichten wordt niet altijd aan cliënten toegestuurd als zij voor hulp hebben aangeklopt of voor een keukentafelgesprek worden uitgenodigd. Zij weten daardoor niet dat ze recht hebben op een onafhankelijk cliëntondersteuner en een eigen plan mogen indienen.

Onwelgevallig besluit

Ook blijven ze in het ongewisse over het feit dat ze een aanvraag voor een Wmo-voorziening mogen indienen ook al geeft de consulent aan dat er geen voorziening nodig is. En dat ze bezwaar mogen maken tegen een onwelgevallig besluit van de gemeente over een ingediende aanvraag. Het komt meer dan eens voor dat cliënten geen onderzoeksverslag krijgen, terwijl dat voor de rechtszekerheid van belang is, benadrukt de Rekenkamer. ‘De gemeente baseert namelijk haar besluit over het toe- of afwijzen van de gevraagde voorziening op het advies van de consulent. Daarvoor is het van belang dat de cliënt gebruik heeft kunnen maken van zijn recht aan te geven of zaken in het verslag ontbreken of onjuist zijn weergegeven.’ Ook bij bezwaar tegen de beschikking heeft de cliënt het onderzoeksverslag nodig.

(On)gelijke behandeling

Wat daarnaast parten speelt, is dat sociale wijkteams verschillende werkwijzen hanteren bij de beoordeling of cliënten al dan geen zorg en ondersteuning krijgen toegewezen. Dat komt omdat er binnen de sociale werkteams diverse formats beschikbaar zijn en de beschikbare formats ook niet altijd worden gebruikt. Terwijl formats juist zijn bedoeld om gelijke gevallen gelijk te behandelen. ‘Formats bieden duidelijkheid voor cliënten en consulenten en formats vergroten de efficiency’, aldus de Rekenkamer in zijn rapport. Inmiddels wordt door de sociale wijkteams gebruik gemaakt van één format.

Oneens

Het college weerspreekt de conclusie van de Rekenkamer dat de rechtszekerheid van cliënten onvoldoende is gewaarborgd en er geen zekerheid is dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Ook is het college het niet eens met de conclusie dat het cliëntperspectief geen plek had in de bijsturing, zo laat het in een bestuurlijke reactie weten. ‘De vraag van de inwoner heeft juist altijd centraal gestaan in onze benadering.’ Het college hecht er wel aan dat inwoners op tijd het onderzoeksverslag ontvangen. ‘Wij zullen daar nadrukkelijker op toezien.’