BLOG: Onduidelijkheid rondom cliëntervaringsonderzoek Jeugdwet 2017

20 december 2016

Gemeenten zijn wettelijk verplicht jaarlijks een representatief onderzoek te houden onder jongeren die jeugdhulp ontvangen. De VNG adviseert gemeenten in hun handleiding voor het cliëntervaringsonderzoek Jeugdwet om in 2017 de cliëntervaringen middels een kwalitatief onderzoek uit te vragen. Dit lijkt op gespannen voet te staan met de wettelijke plicht om representatief onderzoek uit te voeren. Toch zijn wij van mening dat voor de jeugdhulp een kwalitatief onderzoek wel eens van meer waarde kan zijn dan een kwantitatief onderzoek.

Cliëntervaringsonderzoek Jeugdwet 2017

De Jeugdwet verplicht gemeenten om jaarlijks een ervaringsonderzoek uit te voeren onder ‘een representatief te achten aantal cliënten die jeugdhulp ontvangen’. Het doel van het ministerie van VWS is om de data van deze onderzoeken te gebruiken om gemeenten te kunnen (laten) benchmarken en burgers inzicht te geven in de ervaringen met de Jeugdhulp per gemeente (via waarstaatjegemeente.nl). Daarnaast heeft het onderzoek als insteek om de uitkomsten te kunnen gebruiken voor interne sturing door de gemeente. Gemeenten moeten de uitkomsten van het onderzoek kunnen gebruiken om hun beleid of werkwijze waar nodig aan te passen.

Hoewel in de Jeugdwet wordt gesproken over het uitvoeren van een representatief onderzoek, adviseert VNG in de handleiding modelvragenlijst cliëntervaringsonderzoek jongeren en ouders (MCJO) om in het tweede jaar (2017) een kwalitatief onderzoek uit te voeren. Dit lijkt tegenstrijdig met elkaar.  Met een kwalitatief onderzoek benader je immers veel minder jongeren en ouders en de kans op representatieve resultaten is veel minder groot dan bij een kwantitatief onderzoek. Representativiteit is immers geen direct doel voor kwalitatief onderzoek.

Zoals eerder beschreven wil het ministerie van VWS de uitkomsten van het jaarlijkse onderzoek onder andere gebruiken om gemeenten met elkaar te vergelijken. Het is echter de vraag of een kwantitatieve vergelijking tussen gemeenten (benchmarken) verantwoord is. En wel om de volgende redenen:

  • In het eerste jaar is gebleken dat de respons van het kwantitatieve onderzoek erg laag is. Ook lijkt er een selectie in de respons te zijn. Met name bij kleinere gemeenten zorgden deze responsproblemen ervoor dat de resultaten in veel gevallen niet of in mindere mate representatief voor de populatie waren.
  • Gemeenten blijken verschillende selecties te maken in de doelgroep. Sommige gemeenten kiezen bijvoorbeeld voor het uitsluiten van kinderen die enkel een dyslexietest hebben gedaan, terwijl andere gemeenten deze kinderen wel benaderen. Dit is dus appels met peren vergelijken.
  • Veel gemeenten kunnen de cliënten die anoniem of zonder medeweten van hun ouders in zorg zijn niet onderscheiden. Hierdoor is het voor veel gemeenten te risicovol om de gehele doelgroep aan te schrijven. Veel gemeenten hebben daarom bijvoorbeeld gekozen om cliënten via aanbieders aan te schrijven of om slechts een bepaalde groep aan te schrijven. Hierdoor kunnen lang niet alle cliënten worden benaderd.

Wij menen dan ook dat een kwantitatieve vergelijking tussen gemeenten (benchmarken) niet verantwoord is. De vraag is dan in hoeverre een kwantitatief onderzoek nog een meerwaarde biedt ten opzichte van een kwalitatief onderzoek. Daarnaast zijn er volgens ons nog meer argumenten te benoemen waarom het onverstandig is om jaarlijks een kwantitatief onderzoek te houden onder de cliënten die Jeugdhulp ontvangen:

  • Door de relatief lage respons moet een grote groep cliënten worden aangeschreven om een betrouwbaar beeld te kunnen geven. In vrijwel alle gemeenten betekent dit dat alle cliënten met Jeugdhulp aangeschreven zouden moeten worden. Een groot gedeelte van de cliënten die vorig jaar zijn aangeschreven, zullen daardoor dit jaar ook weer aangeschreven moeten worden. Dit is onnodig belastend voor de cliënt.
  • Onderzoek moet meerwaarde hebben. In onze ogen haalt de gemeente voor specifiek deze doelgroep meer informatie uit een goed voorbereid kwalitatief onderzoek dan uit een jaarlijks kwantitatief onderzoek dat uitgevoerd wordt omdat dit nu eenmaal de verplichting is.

De staatssecretaris van VWS heeft aangegeven in december 2016 met meer duidelijkheid te komen over hoe het cliëntervaringsonderzoek in 2017 uitgevoerd moet en kan worden. De ervaringen die wij, als onderzoeksbureau, en gemeenten hebben zijn reeds gedeeld met VWS. Wij hopen dat de staatssecretaris van VWS in zijn overwegingen de waarde voor interne verbetering centraal stelt.

Informatie?

Wilt u meer weten over onze cliëntervaringsonderzoeken? Kijk dan bijvoorbeeld eens op cliëntervaringsonderzoeken Wmo en Jeugdwet of neem gerust contact met ons op via  050 – 82 00 461 of stuur een e-mail naar c.westra@zorgfocuz.nl.

Dit blog is geschreven door Chiel Westra, MSc., onderzoeker/adviseur Sociaal Domein bij ZorgfocuZ. Chiel is socioloog en heeft een achtergrond als maatschappelijk werker. Chiel heeft zich gespecialiseerd in onderzoek binnen het sociaal domein en bewaakt de kwaliteit van onze dienstverlening op het gebied van CEO’s Wmo, Jeugdwet en Participatiewet. Chiel voert bijvoorbeeld het jaarlijkse cliëntarvaringsonderzoek uit voor Amaryllis (coöperatie van Sociale wijkteams in Leeuwarden) waarbij kwantitatief en kwalitatief onderzoek onder kwetsbare doelgroepen centraal staat.

Wilt u meer informatie over dit onderwerp? Mail dan naar c.westra@zorgfocuz.nl of bel naar 050 – 8200 461.