Category Archive: Nieuws

  1. Prem Wijkverpleging: Aanleveren resultaten 2020 en een update over meetjaar 2021

    Leave a Comment

    Brancheorganisatie ActiZ heeft gisteren een nieuwsbericht op haar website geplaatst omtrent de PREM wijkverpleging. In dit nieuwsbericht is er aandacht voor de afronding van meetjaar 2020 en wordt er vooruitgeblikt op meetjaar 2021.

    Aanleveren resultaten 2020

    Zorgorganisaties moeten voor het einde van het jaar een meting hebben uitgevoerd omtrent de PREM Wijkverpleging. Mocht u dit nog niet hebben gedaan, u heeft nog tot het einde van het jaar de tijd om de meting uit te voeren en kunt de data via ons als meetbureau tot en met 31 januari 2021 aanleveren bij de gegevensmakelaar Mediquest. Naast de aanlevering van de data bij het ODB van ZiNL dienen zorgorganisaties hun PREM-data ook te delen met ZorgkaartNederland. Wij dragen zorg voor het aanleveren van deze gegevens voor onze klanten.

    PREM Wijkverpleging 2021

    Zorgorganisaties hebben in 2021 vanaf 1 maart tot en met 31 december de tijd om de meting uit te voeren. ActiZ laat weten dat de evaluatie van de PREM Wijkverpleging onlangs is afgerond en dat binnenkort het vernieuwde handboek voor de PREM Wijkverpleging 2021 wordt gepubliceerd. Zodra deze beschikbaar is zullen wij u informeren wat dit betekent voor de uitvoering van de PREM Wijkverpleging bij ons. De verwachting is dat het handboek halverwege januari 2021 beschikbaar komt.

    Nieuwe indicatoren

    Vanaf maart 2021 zijn organisaties verplicht om een meting te doen naar belastbaarheid van mantelzorg. Meer informatie hierover zal in het handboek staan, kortom: wordt vervolgd!

  2. Vanaf 2021 meer vrijheid bij uitvoering van CEO Wmo

    Leave a Comment

    Gemeenten krijgen vanaf 2021 meer vrijheid bij de uitvoering van het cliëntervaringsonderzoek (CEO) Wmo, dat meldt de VNG op haar site. In de afgelopen jaren heeft de VNG in een werkgroep, samen met het ministerie van VWS en een aantal gemeenten, verkend hoe het CEO Wmo anders ingericht kan worden. Gemeenten ervaren met de opzet die tot dit jaar geldt, te weinig vrijheid om het CEO naar eigen behoefte in te richten. Hierop heeft de werkgroep (toe)gewerkt naar een nieuwe opzet: het ‘CEO Wmo nieuwe stijl’. In dit artikel geven wij een samenvatting van de wijzigingen. Op een later moment informeren wij u over de mogelijkheden die wij zien voor de invulling van het CEO Wmo nieuwe stijl. Onze klanten worden hierover uiteraard individueel van op de hoogte gesteld.

    Wat blijft zoals het is?

    Het CEO Wmo nieuwe stijl is ontwikkeld met de wettekst van de Wmo 2015 als kader. Vanuit de Wmo (artikel 2.5.1) zijn gemeenten verplicht om jaarlijks onderzoek te doen naar de ervaringen van cliënten met de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning. Deze wettekst is niet aangepast, dus de kaders die in de wet zijn beschreven, blijven van kracht. In grote lijnen betekent dit dat het onderzoek nog steeds dient te voldoen aan de volgende voorwaarden:

    • Gemeenten voeren jaarlijks een onderzoek uit naar de ervaringen van ‘cliënten’ met de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning;
    • Onder cliënten wordt verstaan: personen voor wie een onderzoek is uitgevoerd als bedoeld in artikel 2.3.2, lid 1 Wmo 2015 of personen die gebruik maken van een voorziening (art. 8 Uitvoeringsregeling Wmo 2015);
    • Voor de uitvoering van het CEO wordt gebruik gemaakt van een vragenlijst;
    • In de vragenlijst wordt tenminste ingegaan op de drie thema’s: toegang, kwaliteit en effect;
    • Gemeenten leveren jaarlijks voor 1 juli de onderzoeksresultaten aan bij de Minister van VWS (of een door die minister aangewezen instelling);
    • Gemeenten publiceren de uitkomsten van het onderzoek voor 1 juli.

    Voor het CEO Jeugdwet hebben gemeenten momenteel al meer ruimte om het onderzoek naar eigen inzicht vorm te geven. Hoewel dit onderzoek haar eigen uitdagingen kent, blijft het CEO Jeugdwet voorlopig ongewijzigd.

    Wat verandert er?

    In de nieuwe opzet voor het CEO Wmo krijgen gemeenten de huidige vragenlijst en bijbehorende onderzoeksaanpak niet meer voorgeschreven. Het staat hen wel vrij deze te blijven gebruiken, maar zij mogen er ook voor kiezen om het onderzoek – binnen bepaalde voorgeschreven kaders – op een andere wijze in te richten. De voorgeschreven kaders worden hieronder nader toegelicht.

    Onderzoeksresultaten hoeven niet meer via de online module (zoals nu door onderzoeksbureau Enneüs verzorgd) aangeleverd te worden. Er is een nieuw format ontwikkeld, waarin gemeenten onder andere dienen aan te geven of ze het CEO hebben uitgevoerd, hoe het is uitgevoerd (o.a. doelgroep, methode, onderzoeksonderwerpen) en wat er is gedaan met de uitkomsten van het onderzoek.

    Uitgangspunten CEO Wmo nieuwe stijl

    De VNG heeft onderstaande uitgangspunten vastgesteld voor het CEO Wmo nieuwe stijl.

    1. Moment | Gemeenten verzamelen over elk kalenderjaar op tenminste één moment cliëntervaringen. Ze kunnen er ook voor kiezen dit vaker (periodiek) of continu te doen.

    2. Doelgroep | Gemeenten kunnen kiezen voor welke doelgroep(en) van cliënten ze ervaringen verzamelen. In het ‘CEO Wmo nieuwe stijl’ is het expliciet mogelijk om meer gericht onderzoek te doen (bijvoorbeeld onder cliënten die gebruik maken van een bepaald type voorziening), zolang gemeenten maar onderzoek doen onder personen voor wie een ondersteuningsonderzoek is uitgevoerd of die gebruik maken van een algemene of maatwerkvoorziening.

    3. Thema’s | Het CEO Wmo moet dus altijd tenminste gaan over drie thema’s (zie 4.): toegankelijkheid van voorzieningen, kwaliteit van ondersteuning én ervaren effect van de ondersteuning op de zelfredzaamheid en participatie. De keuze voor een bepaalde doelgroep kan echter tot gevolg hebben dat één van deze thema’s minder aan bod komt.

    4. Methode | Gemeenten kunnen kiezen voor andere onderzoeksmethoden (kwantitatieve dan wel kwalitatieve) dan de huidige standaard vragenlijst. Uitgangspunt is wel (zie 3.) dat voor de uitvoering van het CEO Wmo een vragenlijst wordt gebruikt. Maar gemeenten zijn vrij om deze vragenlijst naar eigen inzicht in te richten zolang in de vragenlijst maar de drie voorgeschreven thema’s (toegang, kwaliteit en effect) aan bod komen.

    5. Handreiking ‘Goed CEO doen’ | Iedereen is gebaat bij cliëntervaringsonderzoek van voldoende kwaliteit. Dat is vooral een verantwoordelijkheid van de gemeente zelf. Ter ondersteuning hiervan komt er een handreiking ‘Goed CEO doen’.

    6. Aanbevelingswaardige instrumenten/onderzoeksaanpakken | Gemeenten dragen zelf een aantal goed bevonden, aanbevelingswaardige instrumenten/onderzoeksaanpakken aan. Deze selectie wordt beoordeeld door enkele experts. Dit zal een doorgaand proces zijn, waardoor de set van aanbevelingswaardige instrumenten/onderzoeksaanpakken zich ontwikkelt. Gemeenten wordt aangeraden voor het CEO Wmo één van deze aanbevolen instrumenten/onderzoeksaanpakken te hanteren. Zij kunnen ook kiezen voor een ander instrument, mits ze zich houden aan de hier genoemde uitgangspunten en de criteria voor kwalitatief goed CEO (zoals geformuleerd in bovengenoemde handreiking).

    7. Gemeentelijke rapportage | Gemeenten leveren jaarlijks de resultaten aan van hun CEO Wmo, aan de hand van een hiervoor ontwikkeld format voor gemeentelijke rapportage, met onder meer aandacht voor de opzet van het CEO en de opvolging van de CEO-resultaten.

    8. Landelijke analyse | Het Ministerie van VWS laat elk jaar een landelijke analyse uitvoeren van de ontvangen gemeentelijke rapportages. Dit levert (inhoudelijke) ‘rode draden’ op t.b.v. een landelijk beeld van cliëntervaring. Van deze landelijke analyse wordt een rapportage opgesteld, welke openbaar gemaakt wordt. Daarnaast worden de gemeentelijke rapportages ontsloten op een centrale website (al dan niet via www.waarstaatjegemeente.nl) met een makkelijk doorzoekbare database.

    In een Q&A op de site van VNG wordt uitgebreid antwoord gegeven op uiteenlopende vragen.

  3. Onderzoek ZorgfocuZ: Dikke achten voor Wmo-vervoer en leerlingenvervoer in Delfzijl, Het Hogeland en Loppersum.

    Leave a Comment

    Mensen in de gemeenten Delfzijl, Het Hogeland en Loppersum zijn zeer te spreken over het Wmo-vervoer en het leerlingenvervoer. Wmo-pashouders geven het Wmo-vervoer het cijfer 8,6, ouders en verzorgers beoordelen het leerlingenvervoer met een 8,5. Dit blijkt uit een klanttevredenheidsonderzoek dat wij vanuit ZorgfocuZ voor Publiek Vervoer hebben uitgevoerd. In dit onderzoek hebben we de veiligheid van het voertuig, het gedrag van de chauffeurs en de bereikbaarheid van de centrale onderzocht.

    Vooral de chauffeurs krijgen een positieve beoordeling. Rijgedrag, vriendelijkheid en behulpzaamheid bij het in- en uitstappen scoren hoog. Het Wmo-vervoer en het leerlingenvervoer worden sinds 2018 uitgevoerd door vervoerdersbedrijf UVO uit Uithuizermeeden. Bij een vorige onderzoek in 2017 kreeg het Wmo-vervoer een 7,7 en het leerlingenvervoer een 7,8.

  4. Continuering ISO 27001 en NEN 7510 certificering van ZorgfocuZ!!

    Leave a Comment

    Met genoegen kunnen wij mededelen dat wij onze ISO 27001 en NEN 7510 certificering hebben weten te continueren! Auditer DigiTrust heeft recentelijk bij ons een controle-audit uitgevoerd en vastgesteld dat wij weer voldoen aan de eisen.

    Het doel van de controle-audit was om vast te stellen of ons managementsysteem voor informatiebeveiliging geïmplementeerd, onderhouden en verbeterd is. Dit is onder andere vastgesteld aan de hand van:

    • interne audit- en directiebeoordelingsrapportage;
    • algehele werking van het managementsysteem voor informatiebeveiliging;
    • openstaande verbeteracties;
    • voortgang in behalen van doelstellingen en verbetertrajecten;
    • preventieve- en verbetermaatregelensystematiek;
    • veranderingen in het systeem en de effectiviteit hiervan;
    • het managen van veranderingen gerelateerd aan taken en verantwoordelijkheden;
    • van personeel.

  5. Groningers zijn positief over geleverde zorg, maar toegankelijkheid is en blijft een aandachtspunt

    Leave a Comment

    Vanuit het platform “Groningen Beter” streven partijen Menzis, UMCG, Martini Ziekenhuis, OZG, GHC en Zorgbelang Groningen ernaar om de complete zorg toegankelijk, kwalitatief goed en tegen aanvaardbare kosten voor de inwoners te organiseren. Een belangrijk onderdeel hierin is het inzichtelijk krijgen hoe inwoners nu tegen de zorg aankijken, welke knelpunten in de (toegang tot de) zorg zij ervaren, alsmede hun ideeën over mogelijke oplossingen. ZorgfocuZ deed samen met Zorgbelang en Menzis onderzoek naar ervaringen, wensen en behoeften ten aanzien van zorg gerelateerde thema’s onder een representatieve steekproef van 458 inwoners uit de provincie Groningen.

    Uit het onderzoek blijkt dat de kwaliteit van de zorg zeer goed wordt gewaardeerd, waarbij er goed naar de patiënt geluisterd wordt en klachten serieus genomen. De huisarts lijkt een belangrijke rol te vervullen op verschillende fronten. Echter, er zijn ook aanwijzingen dat de toegankelijkheid van de zorg onder druk staat in de provincie Groningen. Inwoners maken zich zorgen over het verdwijnen van zorgvoorzieningen uit de regio, met name in Oost Groningen. Zij verwachten dat dergelijke veranderingen een negatieve invloed zullen hebben op hun kwaliteit van leven. Ook blijkt dat niet iedereen weet waar men terecht kan voor zorg en ook niet altijd begrijpt welke regels er gelden binnen de zorgorganisaties die voor hen van belang zijn. Inwoners zeggen lange wachttijden voor de medisch specialistische zorg en GGZ als vervelend te ervaren. Een derde punt dat naar voren komt uit dit onderzoek is dat ‘zorg op afstand’ wisselend ervaren wordt door de respondenten. Dit is ten tijden van corona uiteraard des te belangrijker om te monitoren.

    Het advies aan Groningen Beter is dan ook om ten aanzien van deze drie knelpunten meer kennis op te doen, maar ook om deze gezamenlijk op te pakken en daarmee de zorgen omtrent toegankelijkheid van zorg van de inwoners  te beantwoorden.

    Benieuwd naar het hele rapport? Klik hier

Zijn onze onderzoeksoplossingen iets voor u?

Sluiten